Ein Niederländer in Marokko

Bert Flint 1931 - 2022

Bert Flint werd in 1931 geboren in Nederland, waar hij Spaanse taal- en letterkunde studeerde. Sinds 1957 woonde hij in Marokko, waar hij talen begon te doceren. Op het gebied van kunst en antropologie was hij autodidact. Hij wijdde zijn leven aan het culturele erfgoed van Noordwest-Afrika, in het bijzonder aan dat van de Amazigh. Schoonheid wekte zijn nieuwsgierigheid en vormde het begin van een levenslange zoektocht naar kennis, onderzoek en verzamelen. Door te reizen aan beide zijden van de Sahara verdiepte hij zijn inzicht en expertise. Hiervoor genoot hij zowel binnen als buiten Marokko groot respect. Hij overleed in 2022 in Marrakech, Marokko.

Ik ben niet langer Nederlander, maar ook geen Marokkaan, omdat ik nergens echt bij wil horen. Sterker nog, ik wil altijd een buitenstaander blijven. Dat schenkt je een enorme vrijheid.
— Bert Flint

Sitzen auf geometrischen Gemälden

Bert Flint ontwierp zijn eigen tapijten. Ze doen denken aan moderne geometrische schilderijen, maar werden geweven door een vrouw uit de Midden-Atlas. Hij hield deze tapijten zijn hele leven bij zich. Het waren gebruiksvoorwerpen, niet bedoeld om als kunst aan de muur te hangen, maar om op te zitten in het gezelschap van aangename mensen.

Ik was van nature geïnteresseerd in moderne kunst en werd bijvoorbeeld sterk geraakt door Mondriaan, veel meer dan door Van Gogh. Daarom voelde ik mij ook meer aangetrokken tot de geometrische kant van de Berberkunst.
— Bert Flint

Casablanca Art School

De Kunstacademie van Casablanca (École des Beaux-Arts de Casablanca) groeide in de jaren zestig uit tot het centrum van een belangrijke Marokkaanse avant-gardebeweging. Bert Flint kwam er in contact met kunstenaars als Farid Belkahia, Mohamed Melehi, Mohamed Chabâa, Toni Maraini en Mustapha Hafid. In 1965 werd hij docent aan de academie.

Toen ik na de onafhankelijkheid in contact kwam met Marokkaanse schilders, begon ik ook tapijten te verzamelen, omdat tapijten meer verwantschap vertonen met schilderkunst dan met sieraden. De schilders waren daar enthousiast over en via hen werd ik uitgenodigd om les te geven aan de kunstacademie van Casablanca. Zij wilden zich losmaken van de Europese visie op de kunstgeschiedenis, en ik moest spreken over de Marokkaanse traditie. Niet zozeer over de islamitische kunst – de stedelijke kunst – maar eerder over de volkskunst. Dat was revolutionair. Vandaag gebeurt zoiets in Europa niet.
— Bert Flint

Geometrische kunst in bergmoskeen

De ontdekking van geometrische kunstwerken in een moskee in het bergdorp Imoulas was van grote betekenis voor Bert Flint. Deze ontdekking beïnvloedde niet alleen zijn visie op de Marokkaanse beeldcultuur, maar vond ook weerklank in het werk van moderne Marokkaanse kunstenaars, onder wie Mohamed Melehi.

Ik kon Imoulas bereiken in een vrachtwagen die goederen naar de markt vervoerde. In een heel smalle straat stond een deur halfopen. Ondanks de schaduwen kon ik zien dat het plafond beschilderd was. Toen mijn gids een smal luik in de muur opende, was ik met verstomming geslagen — niet door het licht, maar door de rijkdom aan vormen en kleuren die op het plafond zichtbaar werden. Ik werd overmand door emotie door de krachtige levenskracht die uitging van een zuiver geometrische stijl.
— Bert Flint

Het begint met emotie

Voor Bert Flint was een emotionele reactie op de artistieke kwaliteit van voorwerpen altijd het vertrekpunt: schoonheid wekte zijn nieuwsgierigheid. Een belangrijk onderdeel van zijn werkwijze was de objecten zichzelf te laten onthullen door ze met elkaar te vergelijken en als het ware ‘te laten spreken’.

Het eerste criterium is altijd de artistieke kwaliteit. De ‘opwinding’ of de bijzondere sensatie die een object bij je oproept. Dat is steeds het vertrekpunt. Als ik dat gevoel ervaar, koop ik het object en wil ik verder niets weten. Pas later — wanneer ik er lang genoeg naar heb gekeken en er voldoening uit heb gehaald — begin ik me af te vragen wat erachter schuilgaat: waar het gemaakt werd, hoe het gemaakt werd, door wie het gemaakt werd, en dergelijke zaken. Zo kan het gebeuren dat ik vervolgens gelijkaardige objecten koop die mij helpen te begrijpen wat ik over dat eerste object wil weten.
— Bert Flint

Denken buiten gebaande paden

Bert Flints vrije en artistieke denkwijze stelde hem in staat verder te kijken dan de wetenschappelijke en politieke grenzen van zijn tijd.

Hij stelde gangbare opvattingen over ‘vooruitgang’ en westerse superioriteit ter discussie door verbanden te leggen tussen Berbertapijten en de abstracte geometrische kunst van de Nederlandse schilder Piet Mondriaan. Ook vergeleek hij de artistieke prestaties van ongeletterde Berbervrouwen met het werk van Pablo Picasso.

Bert Flint behoorde tot de eersten die het culturele erfgoed van de Amazigh-bevolking in Marokko verdedigden en onder de aandacht brachten. Al vroeg erkende hij bovendien dat de volkeren aan beide zijden van de Sahara een gemeenschappelijk erfgoed delen — een erfgoed dat Marokko nog altijd verbindt met het bredere Afrikaanse continent.

Het zijn onze westerse opvattingen over vooruitgang, nauw verbonden met de monotheïstische religies, die ons verhinderen rurale en Afrikaanse kunst werkelijk te begrijpen en te waarderen.
— Bert Flint

‘Tiskiwin’ – Van kleding tot museum

In 1983 begon Bert Flint kleding te ontwerpen, die hij verkocht in een winkel aan huis. Om klanten aan te trekken gaf hij wekelijks lezingen en stelde hij zijn privécollectie tentoon. Zo groeide zijn woning geleidelijk uit tot een museum, dat in 1989 zijn definitieve vorm kreeg.

De naam Tiskiwin en het bijbehorende logo zijn geïnspireerd op twee elementen uit de Amazigh-cultuur: de ramvormige fibula (een traditionele mantelspeld) en een dans uit de Westelijke Hoge Atlas, waarbij mannen een ramvormige kruithoorn dragen, de zogenaamde tiskt. Deze combinatie vormde de basis voor de naam en identiteit van het museum, Musée Tiskiwin.

Ik zocht naar een hedendaagse interpretatie van kleding, uitgevoerd volgens traditionele Marokkaanse weefmethoden.
— Bert Flint

Bert Flint’s Donaties

In 2006 schonk Bert Flint op bijzonder genereuze wijze 550 objecten uit zijn collectie — evenals zijn woning — aan de Cadi Ayyad University. In ruil daarvoor verwachtte hij dat er op deze locatie een Bert Flint Instituut zou worden opgericht. Hij zag zijn schenking als een bijdrage aan de studie en het behoud van het culturele erfgoed van Noordwest-Afrika. Het gebouw liep echter zware schade op tijdens de aardbeving van 2023, tien maanden na zijn overlijden.

In 2017 schonk Bert Flint bovendien meer dan 700 waardevolle tapijten en kledingstukken aan het Musée Berbère onderdeel van de Jardin Majorelle. Hij was ervan overtuigd dat deze instelling het best in staat was om de collectie te bewaren voor toekomstige generaties in Marokko.

Het gebruik van eenvoudige middelen

Hij was weliswaar verzamelaar, maar dat betekent niet dat hij vermogend was. Toen hij als leraar op een middelbare school in Marokko werkte, ontving hij een salaris dat gelijk was aan dat van lokaal aangestelde docenten, in tegenstelling tot collega’s die onder een Frans contract werkten. Hij bouwde geen fortuin op, ontving geen pensioen en moest tot aan zijn overlijden op 91-jarige leeftijd blijven werken om in zijn levensonderhoud te voorzien.

Het museum dat hij in zijn eigen huis creëerde, kwam tot stand met eenvoudige middelen. Dat was niet alleen een kwestie van noodzaak, maar ook een bewuste keuze. Flint geloofde dat de presentatie van objecten bescheiden moest blijven, zodat alle aandacht uitging naar de voorwerpen zelf en niet naar de vitrines of de museale vormgeving eromheen.

Het is maar goed dat ik nooit over de middelen beschikte, want daardoor ga je heel zorgvuldig kijken naar wat je koopt. En je gebruikt eenvoudige middelen om het tentoon te stellen. Dat is misschien een verwijt dat je kunt maken aan de manier waarop men het tegenwoordig doet in musea in Europa en in de hele westerse wereld: men maakt vitrines die te sterk contrasteren met wat erin wordt getoond.
— Bert Flint

De kunstmarkt

Als verzamelaar verzamelde Bert Flint voorwerpen lang voordat zij in de mode kwamen op de kunstmarkt. Zodra dergelijke objecten populair werden en de prijzen stegen, moest hij zijn aandacht verleggen naar andere, nog onontdekte vormen van materiële cultuur. Niet uit strategische overwegingen, maar eenvoudigweg omdat zijn beperkte financiële middelen hem daartoe dwongen.

Ik begon met het verzamelen van vlechtwerk omdat het toen nog goedkoop was, terwijl aardewerk al duur was geworden. Dat werd namelijk al opgekocht door antiquairs uit Europa en Amerika, en ook door Yves Saint Laurent. En wie was ik om met hem te wedijveren? Dat kon ik niet.

Vlechtwerk was iets waar nog niemand aandacht aan besteedde. Wat ik deed, was verzamelen voordat het in de mode kwam. Daarna moest ik stoppen en op zoek gaan naar iets anders dat op de markt nog niet zo duur was.
— Bert Flint